In Nederland broeden jaarlijks zo'n 5000 paar torenvalken. Vroeger broedden deze roofvogels vooral in oude nesten in houtwallen, maar nu er veel minder houtwallen zijn, nestelen de torenvalken in nestkasten en hoogspanningsmasten.
Een torenvalk is roodbruin en heeft een lange staart. Het mannetje heeft een grijze kop en staart, bij het vrouwtje zijn deze ook roodbruin. Tijdens het broedseizoen komt de torenvalk vooral voor in de buurt van grasland. Daar kunnen ze eenvoudig genoeg muizen vinden, buiten muizen eet de torenval ook: sprinkhanen, kikkers, jonge ratten en mussen. Na het broeden zwermen de jongen en de vrouwtjes uit naar verschillende gebieden. Alleen de mannetjes blijven op hun stek om hun territorium te verdedigen
Broedinformatie:
- Broedtijd van begin april tot end augustus
- Om de 2 dagen wordt er 1 ei gelegd
- Het wijfje broedt hoofdzakelijk
- Eieren komen na 27-31 dagen uit
- Jongen blijven 27-39 dagen in het nest
- Spanwijdte 58-72 cm, gewicht 130-180 gram
- Hoogte 30cm, leeftijd 6 jaar
- Half open nestkast 30x40x30cm
- Vliegopening 25x15cm
- Ophang hoogte nestkast : 3~ 8 meter
- Vrij uitzicht en goede aanvlieg mogelijkheden
Jachtgedrag
De meeste valken vangen hun prooi in de lucht. Alleen de torenvalk pakt zijn slachtoffer op de grond: zijn voedsel bestaat dan ook voor meer dan 80 % uit veldmuizen. Wanneer daar een tekort aan is, eet de torenvalk ook wel andere muizensoorten, andere vogels en grote insecten zoals mestkevers.
Een torenvalk kan op twee manieren op zoek gaan naar een prooi. De bekendste methode is bidden: de vogel vliegt dan precies zo snel tegen de wind in dat hij boven de grond stil blijft staan. Wanneer hij een prooi ziet, laat hij zich uit de lucht vallen en stort zich op het slachtoffer. Deze methode kost veel energie, maar levert ook veel op; een muis per half uur. De lange staart komt bij zijn manier van jagen goed van pas. De staart remt tijdens de laatste seconden van de val de snelheid. Wanneer dit niet zou gebeuren zou de vogel zich te pletter kunnen vallen.
Een andere methode is zittend op een paaltje wachten tot iets in de buurt komt. Gemiddeld duurt het dan vijf uur voordat de torenvalk een muis te pakken heeft. Een voordeel is dat deze methode weinig energie kost. Wanneer een torenvalk veel energie over heeft, zal hij voor het bidden kiezen, maar onder koude omstandigheden waarbij hij veel energie in lichaamswarmte moet steken, kiest de vogel vaak voor de energie zuinige methode.
Voor het opsporen van een prooi heeft de torenvalk een speciale methode: hij kan urinesporen van muizen waarnemen en de versheid daarvan bepalen door middel van de UV-straling die de sporen uitzenden. Zo worden de looppaadjes van de muis in het gras zichtbaar voor de torenvlak en weet hij waar zijn prooi met grote waarschijnlijkheid langs zal lopen.